Peildatum box 3: waarom je vermogen op 1 januari telt

De peildatum voor box 3 is 1 januari om 00.00 uur van het jaar waarover je aangifte doet. Voor je aangifte over 2026 telt dus wat je bezat en wat je schuldig was op 1 januari 2026. Voor 2027 is dat 1 januari 2027: de stand waarmee je het nieuwe jaar ingaat. Voor het fictief rendement maakt het niet uit wat er na 1 januari met je vermogen gebeurt. Bij het werkelijk rendement, dat je via de tegenbewijsregeling kunt doorgeven, kijkt de Belastingdienst wél naar veranderingen tijdens het jaar.

Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk belasting- of financieel advies. Twijfel je over jouw situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.

Wat is de peildatum in box 3?

In box 3 betaal je belasting over het rendement op je vermogen: je bezittingen min je schulden. Om dat vermogen te bepalen, kijkt de Belastingdienst naar één moment: de peildatum. Volgens de Belastingdienst is dat 1 januari 00.00 uur van het jaar waarover je aangifte doet.

Daarbij ga je meestal uit van de waarde in het economisch verkeer, de verkoopwaarde. Voor sommige bezittingen is de manier van waarderen voorgeschreven. Voor aandelen die op Euronext Amsterdam genoteerd zijn, geldt bijvoorbeeld de slotkoers van het jaar ervoor. Voor een tweede woning in Nederland gebruik je de WOZ-waarde.

Wat betekent dat voor 2026 en 2027?

Dat is geen reden om vlak voor de jaarwisseling met je vermogen te schuiven (zie hieronder). Het is wel een goed moment om overzicht te maken: welke rekeningen, beleggingen, leningen en schulden heb je op de jaarwisseling? Maak er een notitie van, dan heb je het straks bij de hand voor je aangifte. In de Eindejaarscheck 2026 noteer je je bezittingen en schulden op 1 januari en krijg je een indicatie met de rekenregels van 2026.

Vlak voor 1 januari vermogen verplaatsen? Daar is een regel voor

Omdat spaargeld met een lager percentage meetelt dan beleggingen, zou je kunnen denken aan schuiven rond de peildatum. De Belastingdienst noemt dat peildatumarbitrage. Zet je in de 3 maanden vóór 1 januari beleggingen of andere bezittingen om in spaargeld, en draai je dat in de 3 maanden na 1 januari weer terug, dan leidt dat in principe niet tot lagere belasting. Hetzelfde geldt voor extra schulden die je vlak voor de peildatum aangaat en daarna meteen weer laat afnemen. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld als de verplaatsing zakelijke redenen had. Lees de voorwaarden op belastingdienst.nl als dit voor jou speelt.

Wat telt mee op de peildatum?

De Belastingdienst noemt onder meer deze bezittingen voor box 3:

Heb je minderjarige kinderen over wie jij of je fiscale partner het ouderlijk gezag hebt? Dan geef je ook hun bezittingen en schulden aan. Daartegenover staan je schulden, zoals een lening voor een auto of een negatief saldo. Je eigen woning, als die je hoofdverblijf is, en de hypotheek daarvan horen niet in box 3, maar in box 1. Ook je auto en je inboedel tellen niet mee.

Box 3 in 2026: de belangrijkste bedragen

Voor het belastingjaar 2026 geeft de Belastingdienst deze bedragen:

Onderdeel2026
Peildatum1 januari 2026, 00.00 uur
Heffingsvrij vermogen€ 59.357 (met fiscale partner het hele jaar: € 118.714)
Drempel schulden€ 3.800 (met fiscale partner het hele jaar: € 7.600)
Percentage spaargeld1,28%
Percentage beleggingen en andere bezittingen6,00%
Percentage schulden2,70%
Tarief box 336%

Volgens de Belastingdienst zijn de percentages voor spaargeld en schulden nog voorlopig; ze worden begin 2027 vastgesteld. De bedragen voor 2027 staan hier bewust niet: die zijn nog niet definitief.

Fictief of werkelijk rendement

De Belastingdienst rekent met een fictief rendement: vaste percentages per soort vermogen, berekend over je vermogen op 1 januari. Na uitspraken van de Hoge Raad mag je laten zien dat je werkelijk rendement lager was. Dat heet de tegenbewijsregeling. Je kiest zelf of je je werkelijk rendement doorgeeft. Doe je online aangifte, dan rekent de Belastingdienst met het rendement dat voor jou het gunstigst is.

Bij het werkelijk rendement tellen veranderingen tijdens het jaar wél mee. Koop je in april beleggingen, dan telt het rendement daarop mee. Er is bij werkelijk rendement ook geen heffingsvrij vermogen.

Hoe box 3 er daarna uitziet, is nog niet zeker. Volgens de Belastingdienst blijft het fictief rendement gelden totdat er nieuwe wetgeving is, waarschijnlijk per 1 januari 2028. Het kabinet wil dan belasting heffen over het werkelijke rendement. De Tweede Kamer heeft dat wetsvoorstel aangenomen, de Eerste Kamer moet het nog behandelen.

Wat kun je vóór 31 december doen?

Box 3 draait om een momentopname, dus voorbereiding is vooral overzicht:

  1. Maak een lijst van je rekeningen en beleggingen, ook buitenlandse rekeningen en crypto.
  2. Noteer je schulden die in box 3 horen, zoals een persoonlijke lening.
  3. Leg je saldi vast op de jaarwisseling, zodat je ze bij je aangifte bij de hand hebt.
  4. Bewaar je jaaroverzichten als je het werkelijk rendement wilt doorgeven.
  5. Denk aan schenkingen die je nog wilt doen. Die hebben hun eigen regels; lees belastingvrij schenken in 2026.

Zorgkosten horen niet in box 3, maar ook die tellen per kalenderjaar. Lees daarom ook hoe het zit met je eigen risico aan het eind van 2026. Wil je alles vóór de jaarwisseling op één plek? De Eindejaarscheck 2026 is een rekenhulp en checklist voor je geld en belasting rond de jaarwisseling.

Veelgestelde vragen

Wat is de peildatum voor box 3?

De peildatum is 1 januari 00.00 uur van het jaar waarover je aangifte doet. Voor de aangifte over 2026 telt de waarde van je bezittingen en schulden op 1 januari 2026. Voor 2027 is dat 1 januari 2027.

Telt geld dat ik na 1 januari krijg mee voor box 3?

Niet voor het fictief rendement: daarvoor telt alleen je vermogen op de peildatum. Geef je via de tegenbewijsregeling je werkelijk rendement door, dan tellen veranderingen tijdens het jaar wel mee.

Hoe hoog is het heffingsvrij vermogen in 2026?

Het heffingsvrij vermogen in box 3 is in 2026 € 59.357. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan is het samen € 118.714. Bij het werkelijk rendement geldt geen heffingsvrij vermogen.

Helpt het om vlak voor 1 januari beleggingen om te zetten in spaargeld?

In principe niet. Zet je in de 3 maanden vóór 1 januari beleggingen om in spaargeld en draai je dat in de 3 maanden erna terug, dan leidt dat volgens de Belastingdienst in principe niet tot lagere belasting. Dat heet peildatumarbitrage.

Wat verandert er in box 3 in 2027?

Volgens de Belastingdienst blijft het fictief rendement met de tegenbewijsregeling gelden tot er nieuwe wetgeving is, waarschijnlijk per 1 januari 2028. De bedragen en percentages voor 2027 zijn nog niet definitief.

Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk belasting- of financieel advies. Bedragen gelden voor 2026 (bron: Belastingdienst).